Radicale theologie: Met-Zonder God
Rick van der Pol volgde de cursus Radical Theology and Imagination aan The Global Centre for Advanced Studies (GCAS) en schreef ter afsluiting hiervan dit essay.
“Is Radicale Theologie niet gewoon iets puberaals?” Mijn collega vroeg me dit in november, bij de koffiemachine. Eerder vertelde ik hem over het onderwerp dat ik bestudeer, en in een paar seconden werd het zomaar een heel gevoelig gesprek. Eerst leek hij geïnteresseerd, maar ineens raakte hij geagiteerd. Ik mompelde iets over Hegel en de dood van God, wist niet hoe ik wijs moest reageren, nam mijn koffie en ging terug naar mijn bureau. Ik moet echt een beter antwoord bedenken, want meer van mijn familie en vrienden zijn benieuwd naar wat ik eigenlijk probeer te begrijpen.
Wat is Radicale Theologie? Het is beslist een zoektocht naar nieuwe perspectieven. Het voelt echt als een diepe duik van een hoge klif, niet wetend of ik ooit zelfs het water zal raken of te pletter zal vallen. En als het water is, zal het verfrissend zijn of zal het me bijna doen verdrinken in de diepste “Altizeriaanse” duisternis? Ik neem de sprong om mezelf onder te dompelen. Met een korte aanloop…
Het eerste deel gaat over de geschiedenis van de dood van God. Het tweede verkent wat er gebeurt wanneer we God dood verklaren, en wat dat impliceert voor Radicale Theologie. De laatste stap onderzoekt de toekomst van Radicale Theologie. Hopelijk leidt dit tot een gedegen antwoord
1. God is Dood
Is God dood? Tegenwoordig zou zo’n headline weinig problemen opleveren, maar in de zestiger jaren, toen Time Magazine een artikel publiceerde (8 april, 1966)[1] met deze koptekst, liepen de gemoederen hoog op. Kunnen we dit een event noemen?[2] Ik denk het niet; ondanks dat het een belangrijk artikel was, zou dat teveel eer zijn voor het magazine. Maar het bracht de filosofie zeker verder en het eert de initiatiefnemers van de ‘Dood van God-theologie’ zoals Thomas J.J. Altizer en Gabriel Vahanian, waarbij de laatste schreef: “God is dood, niet in puur intellectuele stellages, maar in het nuchtere geven en nemen van de condition humaine.”[3]
Dus de dood van God zou niet meer alleen een punk, shock-rocking intellectuele exercitie moeten zijn, of alleen rebellie tegen het traditionele systeem, maar het beïnvloedt echt het werkelijke leven. Het draait allemaal over leven en hoe we dat moeten doen. Om dat goed te doordenken, moeten we wat dieper graven. Het gaat (laten we daar de grens leggen) over westerse cultuur, traditie, dagelijks leven en de rol van het Christendom, dus over religie (of de persoonlijke relatie met God, als dat de voorkeur heeft). In ieder geval is het van grote invloed op het hele integrale leven.
“God is dood. We hebben het niet over de afwezigheid van de ervaring van God, maar over de ervaring van de afwezigheid van God.”[4]
Hoort God ons? Waarom grijpt God niet in? Waarom gebeuren er verschrikkelijke dingen met “goede” mensen?… deze vragen waren gebruikelijk en algemeen geaccepteerd in die tijd. Echter, de zoektocht naar het ervaren van God (in de verschijning van de Heilige Geest) in de meer pinkster en charismatische kringen nam ook toe.[5] Het was een reactie (en natuurlijk een verlangen) om het gebrek aan positieve ervaringen met (de kracht van) God te compenseren, maar meer nog was het gedreven door het vinden van bewijs van echte manifestaties van de Heilige Geest. Door harder bidden, meer vasten en vasthoudend doorgaan; om zo God uit de hemel te trekken.
Het is misschien te kort door de bocht om te stellen, maar proberen om minder te zondigen en te vragen om vergeving, om alle mogelijke obstakels voor God te verwijderen, zodat Hij zijn kracht kon uitstorten, was een van de doelen.[6] Vahanian en Altizer echter, bediscussieerden de afwezigheid van God op een andere manier. Niet precies al vanuit een atheïstisch oogpunt[7], maar meer in de zin dat “Dit betekent dat we de dood van God zullen verstaan als een historische gebeurtenis; God is gestorven in ónze tijd, in ónze geschiedenis, in óns bestaan.”[8] En ook al waren ze niet echt de eersten om tot deze conclusie te komen, ze maakten de erfenis van Hegel (Fenomenologie van de Geest) en Nietzsche (de beroemde Dolle Mens in De Vrolijke Wetenschap[9]), hun intellectuele voorlopers, meer expliciet. Maar voor Radicale Theologie moet God echt dood zijn. De oude traditionele God, de transcendente, almachtige, alwetende en onveranderlijke Ene is gestorven. Deze Dood-van-God theologie was in de eerste plaats[10] een beweging waarbij deze transcendente God een immanente God werd. Maar voor Altizer veronderstelt de dood van God nog meer dan dat. In het kort; hij beschrijft het proces van kenosis als volgt: God wordt mens (God wordt vleselijk in Jezus Christus), God sterft aan het kruis (want Jezus is God), en tenslotte wordt God als Heilige Geest uitgestort, wat de ultieme zelf-ontlediging van God is.
God lost compleet op in de Wereld.[11] Zonder deze kenosis, natuurlijk, zou dat het einde van het verhaal zijn.
2. Wat komt er na de Dood?
Belangrijk om te benoemen is dat Radicale Theologie voortkwam uit de dood-van-God beweging, maar er niet aan gebonden is.[12] Hier zijn we dan, na het begraven van God, we staan stil en eerbiedig bij het graf. We nemen een moment om over het graf heen te kijken naar de rest van de wereld. En daarna, moeten we weer door.
“Een radicale theologie is gebonden aan God te denken, of eerder de “God na God”, van totale transformatie;… een God die de apocalyptische revoluties en evoluties van het bestaan in de tijd belichaamt. Die de werkelijke geschiedenis, het lijden, de verandering, dood -uiteindelijk de Dood- en daarom het Leven belichaamt.”[13]
“Het is niet langer mogelijk om te spreken over God in een klassiek theologische taal, of welke vorm dan ook, en dit betekent dat God niet langer ontvangen kan worden als transcendent of immanent, of als ‘boven’ of ‘onder’, in de ‘hoogten’ of de ‘diepten’.”[14]
We kunnen niet langer leven met de illusie dat God onze (existentiële) problemen oplost. En dat is droevig; want Degene aan Wie we toebehoorden, is niet langer onder ons. Van nu af aan, moeten we zelf met het leven leren omgaan, inclusief de pijn, de gebrokenheid, het lijden, onze verlangens en het gebrek, de schuld en de schaamte. We zijn gescheiden en geïsoleerd. Zijn we in staat om de achtergebleven leegte[15] te vullen, na de dood van de Ene? Kunnen we op enige steun rekenen? Hoe gaan we met deze realiteit om? Vandaar dat we het echt nodig hebben om ons een nieuwe manier van leven voor te stellen. Een manier om dat te doen is door wat psychoanalytici als Freud, Lacan en Jung[16] ontdekt hebben. We zouden niet af moeten wijzen wat zij hebben uitgevonden, om welke reden dan ook, maar hun kennis respectvol gebruiken en integreren in theologie. We zouden over onszelf moeten nadenken en tegen onszelf indenken. Sterker nog, verbeelding is een (noodzakelijke) manier om het absolute, het heilige en het gewijde, het verder-dan-het-onbekende te doordenken (en te proberen te begrijpen).
Verbeelding is, in verband met Radicale Theologie, een manier om vorm te geven wat vormloos is en te creëren wat ongrijpbaar is. Het is de mogelijkheid om te zien wat er nog niet is en het is ook het creëren van betekenis. We kunnen er niet om heen te leren om de mythe van het christendom, van theologie te scheiden, en we dienen een manier te vinden om met de bijbelste teksten en de christelijke filosofie, voor in het dagelijks leven, om te gaan. En als we bijvoorbeeld de bijbelse geschiedenis niet (meer) als historisch benaderen, maar als een mythe, uiteraard met historische elementen, maar meer als een complete en integrale richtlijn, dan kan theologie misschien daadwerkelijk relevant zijn voor het maatschappelijke debat.[17] Dit zou een richtlijn kunnen zijn waar de historische elementen onderscheiden zijn van de mythe, het symbolische, de psychoanalytische werkelijkheid[18] en de archetypische waarheden.[19]
“Want een werkelijk radicale theologie is een theologisch denken dat de diepste grond van de theologie echt opnieuw doordenkt — een her-denken dat aanvankelijk een ont-denken is van elke gevestigde theologische grond: alleen door zulk ont-denken kan er een open plek worden gerealiseerd voor theologisch denken, en juist die open plek is het eerste doel van radicale theologie.”[20]
"Echt radicaal theologisch denken is altijd een aanstootgevend denken geweest, en vooral aanstootgevend voor de grotere geloofsgemeenschap of voor een gevestigde religieuze wereld.”[21]
Ondanks dat dit soort denken mogelijk pijnlijk en provocerend is, zijn we het onszelf verplicht, als we vooruitgang willen boeken in Radicale Theologie. Dit theologisch zo diep mogelijk door-denken, betekent het deconstrueren (niet het vernietigen) van onze eigen constructies, dus de door onszelf opgebouwde kijk op waarheid en werkelijkheid. Het is de manier om de zaken duidelijker te krijgen.
Zeker, onze God is doodgegaan: een Constructie is gesloopt, het Zelf, de Ander, de Grote Ander, alles is in een keer uitgeroeid. Daarom zijn we het, na de rouw, aan onszelf verschuldigd om door te gaan. We kunnen niet anders dan onze idolen doden, onze verantwoordelijkheid nemen, proberen om meer vrij in ons denken te worden. En in dezelfde ontwikkeling verzet deze theologie zich precies tegen de teleurstelling over de ontoereikendheid van het denken, en tegen het maakbaarheidsideaal.
Het is altijd een paradox; radicaal God denken en tegelijk rekening houden met het idee dat het leven niet volledig maakbaar is. Daarom is mijn benadering van dit soort denken (in de school van apofatisch en dialectisch denken) door Radicale Theologie te beoefenen met/zonder de ballast: avec-sans[22]. Ik kan ze niet ontkennen en ik kan ze niet ont-denken: die erfenis, mijn afkomst, mijn opvoeding, mijn cultuur en religieuze traditie. Dus dat is wat ik heb (avec) en waarvan ik niet in staat ben om het compleet kwijt te raken. Aan de andere kant dwing ik mezelf tot een denkwijze zonder er door gedefinieerd te worden en er niet aan vast te houden (sans). Ik kan er niet omheen om mijn leven te herdenken en te vernieuwen avec-sans God.
Dit soort redeneren en vernieuwen is onorthodox en vaak schurend. Immers: een theologie omvat radicaal alles in het leven. En ondanks dat Radicale Theologie op zijn minst ontregelend is binnen de christelijke context, in de seculiere context is het onmisbaar.
3. Reconstructie
Onmisbaar? Het lijkt toch echt een meer academische exercitie. Ondanks dat ik nog niet precies heb uitgevonden hoe dat dan anders zou kunnen; ik verwacht dat het kan. En ik hoop het ook echt, om maar te spreken met John Caputo’s boektitel: “Hoping against Hope’, in het Nederlands vertaald met “hopeloos” (maar ook mogelijk in deze context zouden zijn: “dwaas” en “wanhopig”) hoopvol.
“Religie en Rede... zijn Janus-koppige monsters die in de moderniteit zijn geconstrueerd. Radicale theologie, als zwakke theologie, verzwakt zowel de sterke transcendentale pretenties van de Rede aan de ene kant, als de sterke bovennatuurlijke pretenties van de Religie aan de andere kant... In radicale theologie horen theologie en cultuur, het religieuze en het seculiere, geloof en rede, bij één circulair systeem. Radicale theologie ligt in het hart van wat religie het seculiere bestel noemt, juist omdat zij het een hart geeft — een kloppend, rusteloos hart — en een profetische stem.”[23]
Naar mijn idee verklaart Caputo hier het belang van Radicale Theologie, zowel voor de seculiere als voor de religieuze wereld. Hij stelt ook dat het zeker niet alleen een academische oefening zou moeten zijn, maar juist daar, waar alledaagse zaken van het grootste belang voor gewone mensen op het spel staan. In plaats van nihilistisch te worden, vinden we wegen naar onze existentiële vragen. Deze beweging is daarom onmisbaar, jazeker, aan de andere kant is het ongrijpbaar. Altijd in ontwikkeling, nooit stilstaand, met de focus op het nu, maar zeker ook richting de toekomst.
“Op grond van onze eigen lezing van de afstamming en traditie van de radicale theologie geloven wij stellig dat de radicale theologie van en voor de toekomst postseculier, postliberaal, theo-politiek, onto-theologisch en eco-theologisch moet zijn... Dit zou een nieuwe en andere radicale theologie zijn die wellicht het vermogen heeft om te veranderen wat het betekent theologie te denken en te bedrijven.”[24]
Theologie, en zeker Radicale Theologie is essentieel voor deze en voor de toekomstige wereld. De belangrijkste uitdaging is echter om de academische inzichten te vertalen naar een toepassing in de praktijk. Het eerste deel: van het idee afkomen dat Radicale Theologie alleen maar gaat over de dood van God, zou gemakkelijk moeten zijn. Daarna gaan we “voorbij de fixatie op de dood, voorbij de einde-van-de-wereld apocalyptiek — zodanig dat de sluimerende politieke en ontologische implicaties eindelijk gerealiseerd zouden kunnen worden.”[25]
Radicale Theologie zou de oplossing kunnen zijn om de kloof te overbruggen tussen het seculiere en het religieuze, om de dialoog mogelijk te maken in de huidige maatschappij, met zelfbewuste, weloverwogen en kritische mensen. Het roept op om na te denken over een werkwijze waarin theologie deze tijd en de toekomstige maatschappij kan overleven; het is altijd in wording.
Op een bepaalde manier, noem het “Caputosiaans”, wil ik echt geloven dat er hoop is voor de toekomst. Echter alleen wanneer we onze ‘constructies’ zoals traditie, religie en de taal die ons al ter beschikking staat, wordt ‘gedeconstrueerd’ (de dood van God en wat dat met zich meebrengt; we moeten uiteen rafelen wat niet langer standhoudt) kunnen we gaan reconstrueren.
We moeten onze verbeelding gebruiken om iets nieuws en eerlijks te creëren, voor een nieuwe tijd, plaats en ruimte. Dat vraagt om iets ander dan het gebruik van beton, we hebben plastic nodig (een concept van Catherine Malabou), zodat we in staat zijn om ten allen tijde de constructies te herformuleren en te hervormen.
“En zo leeft God voort na de dood van God. Niets is ooit simpelweg helemaal dood.”[26]
Conclusie
Dus wat betekent Radicale Theologie voor mij? Aan de ene kant is het een theorie om visie en richting te ontwikkelen, aan de andere kant is het een ontdekken en ontwikkelen van een praktische invulling. Het is een weg vinden om om te gaan met de werkelijkheid, om betekenis en zin te vinden. Naar mijn idee is het ook een manier van denken die noodzakelijk is voor het maatschappelijk gesprek, daadwerkelijk onorthodox en subversief. Omdat het ons dwingt de grenzen te overschrijden tussen filosofie, theologie, literatuur, politiek, psychoanalyse en al het andere (zoals Caputo stelt[27]).
In het maatschappelijke en politieke debat, vaak gebaseerd en gedreven op economische principes, is een filosofisch/theologische blik noodzakelijk, en als we daaraan willen bijdragen, laat het dan in een niet-‘bijbelse’ manier zijn, omdat deze christelijke of puur bijbels-moralistische argumenten meestal de discussie doen stagneren. Mijn benadering in het denken vanuit Radicale Theologie is omgaan met de paradox; theologie bedrijven met/zonder de ballast: avec-sans. En ik denk dat dat vergelijkbaar is met, op een bepaalde manier, Radicale Theologie zelf. In Altizer’s theologie: God sterft (sans), maar blijft (kenosis- avec). En in Caputo’s theologie: God insists (avec), without existing (sans).
God dringt aan (avec), zonder te bestaan (sans).
Dus een paar maanden later, opnieuw bij de koffiemachine, ontmoette ik mijn collega. Terwijl ik mijn kopje vulde, vroeg hij me, oprecht geïnteresseerd, of ik al een beter antwoord had. “Ik denk niet dat het alleen maar iets puberaals is,” zei ik hem,
“maar ik kan me goed voorstellen dat het soms voelt als een transitie, een doorgangsfase, zoals bij volwassen worden. Het is kwetsbaar en het ontmantelt de traditionele zekerheden.” Ik vervolgde: “Maar meer van belang is dat theologie, en zeker God, niet zo duidelijk meer is, God is geen gegeven. Daarom studeer ik Radicale Theologie: een proces waarbij onderzocht wordt wat er gebeurt als klassieke of traditionele Godsbeelden verouderd en soms zelfs misplaatst lijken. Het gaat over het heilige dat niet langer boven de wereld staat, maar daarin aanwezig is. Radicale Theologie gaat over het leven in een wereld waar oude zekerheden vervluchtigen. Het deconstrueert, het twijfelt en is altijd in beweging. We kunnen er niet omheen om nieuwe betekenis en nieuwe vormen van gemeenschap te vinden, en we dienen onze ethiek heroverwegen. We hebben het nodig om continue te leren omgaan met kwetsbaarheid en onzekerheid, ook richting de toekomst. Je kunt je voorstellen dat gesprekken hierover noodzakelijk zijn, maar vaak is het een eenzame oefening. Dat is waar we ook onze weg in moeten vinden. En naar mijn idee heeft het niets te maken met een activistische levenshouding, of met een beter en moreel verheven persoon te worden of met het idee van ‘leef je beste leven’.”
Stilte. Hij mompelde iets dat ik niet goed verstond, nam zijn koffie en ging terug naar zijn bureau.
En ik was nog niet eens begonnen over de dood van God…
— Rick van Der Pol
Noten
https://time.com/isgoddead/ Houd er rekening mee dat het originele artikel niet meer beschikbaar is voor het publiek van Time Magazine. Maar hier kun je het nog lezen: archives.https://archive.org/details/time-magazine-1966-04-08-is-god-dead/page/n41/mode/2up
John D. Caputo, The Weakness of God, A Theology of the Event. (Indiana University Press,2006) Introduction: A Theology of the Event.
Gabriel Vahanian, De Dood van God. (J.J. Romen & Zonen, 1967), 192
Thomas J.J. Altizer and William Hamilton, Radicale Theologie en de Dood van God.
(Amboboeken, 1966), 42
Sinds de Azusa Street Revival in 1906, maar er was zeker een belangrijke toename in de zestiger jaren
Om een indruk te krijgen beveel ik aan: F.F. Bosworth, Christ the Healer, and Bill Johnson, When Heaven invades earth. Bijvoorbeeld.
Thomas J.J. Altizer publiceerde bijvoorbeeld in 2002: The New Gospel of Christian Atheism.
Thomas J.J. Altizer and William Hamilton, Radicale Theologie en de Dood van God, 117
Friedrich Nietzsche, The Complete Works of Friedrich Nietzsche. (Grapevine India, 2025), 323
Bijvoorbeeld Gabriel Vahanian en Dietrich Bonhoeffer, maar ook Paul Tillich op een bepaalde manier.
Tussen haakjes; ik ben me ervan bewust dat ik geen enkel bijbelvers gebruik; het vermijden van dat soort Bible-battling is nou precies wat met een van de kernprincipes van Radicale Theologie te maken heeft.
Jeffrey W. Robbins, Radical Theology, A Vision for Change. (Indiana University Press, 2016), 145
Lissa McCullough, Introduction to “The Call to Radical Theology”, xviii
“A radical theology is committed to think God, or rather the “God after God”, of absolute transformation;…a God who embodies the apocalyptic revolutions and evolutions of existence in time, who embodies actual history, suffering, change, death -ultimately Death- and therefore Life.”Altizer, Satan as the Messiah of Nature, The Whirlwind in Culture: Frontiers in Theology, 129
“It is no longer possible to speak of God in a classical theological language, or any form thereof, and this means that God can no longer be conceived as transcendent or immanent, either as ‘above’ or ‘below’, in the ‘heights’ or the ‘depths’.”https://i.kym-cdn.com/photos/images/original/002/584/826/b93.jpg (onbekend)
Om een impressie bij “verbeelding” te krijgen in deze context, beveel ik ten sterkste aan: Sigmund Freud, The Future of an Illusion, Slavoj Žižek, How to read Lacan en Carl Jung, Answer to Job.
Historiciteit en bijbelgebruik en het gesprek daarover wordt helder beschreven in: Jirska van Hooijdonk, Is de bijbel echt gebeurd? (KokBoekencentrum Uitgevers, 2026)
Slavoj Žižek, How to read Lacan. (Granta Books, 2006), 8,9, voor een heldere uitleg.18
Voor een snelle introductie: Edward F. Edinger, Ego and Archetype. (Penguin Books, 1972)
Thomas J.J. Altizer, The Call to Radical Theology. (SUNY press 2012), 1
“For a genuinely radical theology is a theological thinking that truly rethinks the deepest ground of theology, a rethinking that is initially an unthinking of every established theological ground: only through such an unthinking can a clearing be established for theological thinking, and that is the very clearing that is the first goal of radical theology.”Thomas J.J. Altizer, The Call to Radical Theology, 4
“Genuinely radical theological thinking has always been an offensive thinking, and most offensive to the larger community of faith, or to an established religious world.“Toen ik een klein kind was, hadden we gezegden als: “Ik wil mijn frietjes met-zonder
mayonaise.” En “Ik ga buitenspelen met-zonder jas.” Dit vertalen naar het Engels maakt het punt niet duidelijk genoeg. En om Jaques Derrida te eren, bedenker van het concept van ‘deconstructie’ past het perfect in het Frans.John D. Caputo, In Search of Radical Theology. (Fordham University Press, 2020), 27, 28
“Religion and Reason… are Janus-faced monsters manufactured in modernity. Radical theology, as weak theology, weakens both the strong transcendental pretensions of Reason, on the one hand, and the strong supernatural pretensions of Religion, on the other hand… In radical theology, theology and culture, the religious and the secular, faith and reason,… they belong to a single circulatory system. Radical theology lies at the heart of what religion calls the secular order, just because it gives it a heart, a beating, restless heart, and a prophetic voice.”Robbins J.W. and Crockett C., A radical theology for the future: five theses, Palgrave24
communications. 1:15028 doi: 10.1057/palcomms.2015.28.
Ik ben me ervan bewust dat deze referentie veel informatie bevat; maar voor een goede uitleg is dit artikel sterk aanbevolen.
“By our own reading of the lineage and tradition of radical theology, it is our firm belief that the radical theology of and for the future must be postsecular, postliberal, theo-political, onto- theological and eco-theological… This would be a new and different radical theology that just might have the capacity to change what it means to think and do theology.”Jeffrey W. Robbins, Radical Theology, A Vision for Change, 159
“Beyond its fixation on death, beyond its end-world apocalypticism - such that its dormant political and ontological implications might finally be realized.“John D. Caputo, In Search of Radical Theology, 205
“And so God lives on after the death of God. Nothing is ever simply dead.”John D. Caputo, In Search of Radical Theology, 2